Kleding
Kleding moet beschermen tegen kou of zon, vocht en stoten. Bij hoge temperaturen
ben je geneigd weinig aan te trekken, maar als je dan in het koude water terecht
komt? Bij lage temperaturen trek je snel teveel aan, maar wat doen al die lagen
kleding als je omslaat?
Een handig kledingstuk is de long-john, een neopreen pak zonder mouwen. Het neopreen
dient tweezijdig gevoerd te zijn. Het pak wordt op de huid gedragen: het inkomende
water wordt door het lichaam verwarmd en er vormt zich een dunne, natte, maar
warme laag. De armsgaten dienen ruim te zijn, zodat er geen schuurplekken op de
huid ontstaan door de peddelbeweging.
Bij koud weer trek je onder het pak thermokleding aan. Deze kleding zit strak
om het lichaam en is snel weer droog, maar een fleecetrui voldoet ook.
Wie nat is koelt snel af door de wind. Een kanojack voorkomt dit. Er zijn speciale
(ademende) kanojacks, met elastiek of neopreen in de manchetten, en zelfs drytops
waardoor er geen water je jack inkomt, maar een licht regenjack voldoet voor een
toertocht ook.
Zorg er ook voor dat je tijdens een pauze niet teveel afkoelt; trek na het
uitstappen meteen een regenpak of een warm windjack aan.
Neem ook altijd reservekleding mee, goed waterdicht verpakt; deze reservekleding
komt ook goed van pas tijdens een uitstapje aan de wal.
Schoeisel
Je moet altijd wat aan de voeten hebben om verwondingen te voorkomen. Er zijn
neopreen laarsjes in de handel (let op: ritsen slijten snel), maar (basketbal)gympen
en wollen sokken beschermen ook.
Tegen winterse kou zijn er speciale kanowanten.