Stuwen spreken tot de verbeelding. De een denkt aan de grote stuwdammen die dalen onder water zetten in het buitenland, de ander aan de stuwen in de Maas, de volgende aan de een drempel waar een leuk speelwalsje achter zit. De een ziet een stuw als een levensbedreigend iets, de ander als een bevaarbaar of juist leuk element om het kanoën spannender te maken.
Stuwen kun je op verschillende manieren indelen. Een manier is
* Natuurlijke stuwen
* Kunstmatige stuwen
* Vervallen kunstmatige stuwen
Natuurlijke stuwen of stuwingen zijn zonder ingrijpen van de mens ontstaan. Meestal doordat de rivier versmalt en/of door ophopingen van stenen waardoor een opstuwing van water ontstaat.
Kunstmatige stuwen zijn door mensenhanden gemaakt. Ze zijn gemaakt van hout, steen, gewapend beton of staal.
Vervallen kunstmatige stuwen zijn door mensenhanden gemaakte stuwen die door de tijd heen niet meer onderhouden zijn en langzamerhand vervallen.
In dit artikel wil ik verder ingaan op kunstmatige stuwen
* Welke soorten stuwen bestaan er en welk effect hebben ze op de stroming
* Wat is het effect op de stroming bij verschillende waterstanden
* Hoe beoordeel ik de bevaarbaarheid of het gevaar van stuwen (handvatten)
SOORTEN STUWEN EN RICHEL
Stuwen kun je indelen in vaste en variabele. Een vaste stuw heeft altijd dezelfde vorm en hoogte. Een variable stuw is zoals de naam het al zegt verstelbaar.VASTE STUWEN
| De meest eenvoudige stuw is de overlaat (afb. 1 ). Dit is in principe
niets anders dan een verhoging in de bodem. Deze vorm komen we vaak tegen
als de massief stenen drempels op stromend water.
|
| Een tweede vorm van een vaste stuw is de Rehbockstuw (afb. 2).
Deze bestaat uit een rechte ophoging in de rivier.
|
| Vistrappen zorgen ook voor een vorm van stuwing. Hier ligt aan
weerzijde van de rivier een steen waardoor het water uit zijn stroomrichting
getrokken wordt en opstuwt (afb. 3).
|
VARIABLE STUWEN
| Met een variable stuw kan de opstuwing van het water worden geregeld. De grote stuwen in de Maas zijn hier onder andere een voorbeeld van. |
| Variaties van dit type zijn bijvoorbeeld de Romijnstuw (afb. 5)
|
| of de stuw met een waterdoorlaat van onder, zoals bij grote stuwmeren
wel wordt gebruikt (afb.6). Ook komt een combinatie van deze twee voor.
Zoals de stuwen in de Nederlandse Maas.
|
ANDERE VORMEN VAN KUNSTMATIGE STUWING
| Net zoals stuwingen bij vistrappen ontstaan, kunnen pijlers van een brug in een rivier stuwing veroorzaken (afb .4) |
| evenals roosters over de hele rivier (afb. 8). |
EFFECT STUWEN OP DE STROMING
Stuwen hebben tot doel het water in de rivier te reguleren. Met behulp van een stuw wordt er water tegengehouden. Het voordeel van variable stuwen is dan ook weer dat men deze waterhoogte kan regelen en eventueel ook ineens veel water los kan laten. In voorgaande afbeeldingen kunt u zien welke stromingen ontstaan, door toepassing van verschillende soorten stuwen; aan de hand van de pijltjes in de plaatjes te zien.| Ook de lengte van de overlaat (het deel waar het water overheen gaat)
is van invloed op de stroming. Bij een lange overlaat stroomt het water
veel regelmatiger dan bij een korte overlaat (afb.9 en afb. 10).
|
| Boven de kruin van een lange overlaat hebben de lijnen een rechtlijning
verloop. De stroomlijnen bovén de kruin van een korte overlaat zijn daartegen
gekormde stroomlijnen. Op dezelfde wijze heeft de hoogte van een overlaat
invloed op de stroomwijze. Een hoge overlaat zal meer invloed hebben op
de stroomwijze van rivieren dan een lage.
|
EFFECT BIJ VERSCHILLENDE WATERSTANDEN
De hoogte, lengte en vorm van een stuw of richel heeft veel invloed op de stroming. Maar de rivier en stuw geven bij iedere waterstand weer een ander beeld . Dat is te zien op de volgende afbeeldingen. Hier is steeds dezelfde overlaat getekend met steeds een andere waterstand.
| afb. 11 Geeft de rivier met laag water weer. De overlaat houdt al het
water tegen. De rivierbedding achter de overlaat staat droog.
|
| afb. 12 Geeft de situatie weer als het water net over de overlaat heen
stroomt. Water heeft de neiging om de lijn die het heeft voort te zetten.
Daardoor zal het niet direct na de drempel omlaagvallen maar zal het door
de snelheid dat het heeft doorschieten. Water heeft wel de neiging om lege
gaten op te vullen. Hierdoor onstaat er een wals onder de stroming.
|
| afb.13 Het water is gestegen. Als het ware stroomt het water hier gewoon
door. Er onstaat hier een stroomversnelling doordat het water wordt samengeperst.
Hierdoor onstaan hoogteverschillen. De stippelijn geeft het normale waterniveau
aan als er geen drempel in de rivier zou liggen.
|
| afb. 14 Wanneer het water nog verder stijgt wordt de versnelling van het
water boven de drempel zo hoog dat het water doorschiet, ook wel schietend
water genoemd . Het water schiet omlaag waardoor er een soort kuil in het
water ontstaat. Deze wordt opgevuld met het water dat achter de kuil weer
hoger staat waardoor er een wals onstaat. In deze walsen wordt door wildwatervaarders
vaak gespeeld.
|
| afb. 15 Het water kan zover stijgen dat het te hoog staat om nog invloed
te hebben. Alleen op de bodem in de onderstromingvinden nogveranderingen
plaats, maar aan het oppervlak merk je hier niets meer van.
|
BEOORDELEN VAN BEVAARBAARHEID
Tot nu toe is het een theoretisch verhaal over wat stuwen met het water in de rivier doen. Dit geeft inzicht in wat er onder water met het water gebeurt. Echter, in de praktijk zal het altijd moeilijk blijven om een goede beslissing te nemen over de mogelijke bevaarbaarheid. Het beoordelen van een stuw is een kwestie van ervaring en kennis.Wanneer je een stuw wil varen dan vraag je je in de eerste plaats af: wat gebeurt er als ik de stuw afvaar, waar zitten de mogelijke gevaren en hoe kan ik veilig ontsnappen als het mis gaat.
Hierbij kun je rekening houden met de volgende factoren:
Hoogte van de stuw: hoe hoger de stuw hoe steiler je terecht komt. Hierdoor
verlies je voorwaartse snelheid, waardoor het kan gebeuren dat je niet door
de wals heenkomt.
Diepte van het water achter de stuw: is het diep genoeg, stoot je niet
met je punt op de bodem, kan je niet vast komen te zitten ?
Hoeveelheid water: is het maar een klein onschuldig stroompje of is het
een angstaanjagende watermassa; neemt het water me mee af, kan ik ergens blijven
haken.
Zog: denk ik door het zog -het witte borrelende water achter de drempel-
heen te komen of wordt ik teruggezogen.
Een vuistregel: is het zog niet langer dan 2/3 van de lengte van
de boot, dan kun je de stuw varen. De gedachte hierachter is dat de punt altijd
door het stromende water in de juiste richting wordt geduwd/getrokken. Hierdoor
is het risico dat je vast komt te zitten in de wals gering.
Gevaarlijke uitsteeksels: zijn er mogelijkheden tot beklemming of verwonding
zoals takken, betonijzer, stenen.
Ontsnappingsmogelijkheden: als je vast komt te zitten wat gebeurt er
dan, zitten er zwakke plekken in de wal - te herkennen aan een afwijking van
de witte streep- in veel gevallen ontstaat er een V in het water. Kan ik er
zelfstandig uit komen. Kunnen anderen me helpen of ben ik hopeloos verloren.
| Een vuistregel: bij een keurige rechte streep in het water
(afb. 16) kun je je voorstellen dat het moeilijk is om hier uit te komen
wanneer je dwars in de stroming terecht komt. Als de rivier je toelacht
(afb. 18) dan is de stuw/drempel zeer waarschijnlijk te varen. Als je hierin
dwars terecht komt kun je er aan de zij-kant zeer waarschijnlijk uitkomen.
(hier zit dan een zogenaamde zwakke plek). Als de stuw een treurig gezicht
trekt (afb. 17) is het een stuk lastiger om de wals te verlaten als je er
dwars in terecht komt.
|
BODEMBESCHERMING
Bodembescherming kan een “addertje onder het water” zijn.
| Wanneer een wals een natuurlijk verloop heeft, bestaat er een onderstroom
(afb. 19) Kun je de wals niet meer uit komen, dan kan omgaan een oplossing
zijn. Je duikt dan naar de onderstroom en meestal sleurt de onderstroom
je dan de wals uit. |
| Bij bodembescherming is de onderstroom verdwenen, of deze wordt tegengehouden
door de opstaande rand. Hierdoor wordt het moeilijk en in sommige gevallen
zelfs onmogelijk om de wals uit te komen (afb. 20). |
Hoogte, diepte, hoeveelheid water, zog, gevaarlijke uitsteeksels en ontsnappingsmogelijkheden
zijn een aantal punten die kunnen helpen om in te schatten of je een stuw durft/kan
varen. Eventueel zou je aan de hand van de stromingen (in vorige PP beschreven)
een poging kunnen doen om te bedenken hoe de river er onder water uitziet, om
zo een nog helderder beeld te vormen.
Maar voor iedereen zal de keuze anders zijn, dit is afhankelijk van je ervaring,
conditie en de technieken die je beheerst.