Nooit meer……. ik weet er geen bliksem van !

Ine Dost met gebruikmaking van ondergenoemde bronnen
juli 1998

We hebben het dit voorjaar en het begin van deze zomer al weer regelmatig mee mogen maken: onweer, bliksem. De treinreizigers onder ons werden er nog eens extra mee geconfronteerd door de vele seinstoringen (= vertraging) als gevolg van blikseminslag.
Nu is vertraging lastig maar onweer op het water of in het open veld levert, zoals we allemaal wel weten, werkelijk gevaar op. Vandaar, bij aanvang van een - hopelijk heerlijk warme - vakantieperiode in dit stukje aandacht voor onweer en vooral bliksem: kunnen we het zien aankomen en wat doen we dan?

Algemeen
Zware onweersbuien zijn meestal het gevolg van een toevallige samenloop van omstandigheden, zoals grote temperatuurverschillen, vochtige lucht en een sterke wind op grote hoogte in de atmosfeer.

De activiteit van de buien kan van plaats tot plaats sterk uiteenlopen. Op de ene plaats kunnen tientallen millimeters regen vallen, terwijl het op enkele kilometers daar vandaan nagenoeg droog blijft. Ook windstoten en hagel kunnen heel lokaal optreden, zodat tevoren nauwelijks is aan te geven welke gebieden het ergst zullen worden getroffen.
Vooral in de zomer kan je onweer verwachten boven land dat verwarmd is door de zon. Daarentegen levert in de herfst het nog warme zeewater van de Noordzee de warmte om onweer te veroorzaken boven zee. Deze buien sterven echter spoedig uit als ze boven land komen.

Bliksem
Bliksem is een elektrische ontlading (vonk) tussen een elektrisch geladen wolk en de aarde, tussen 2 of meer wolken met tegengestelde elektrische ladingen of zelfs tussen delen binnen één wolk met verschillende elektrische lading. Slechts een deel van de ontladingen vindt plaats van de wolk naar de aarde.
Uit metingen met bliksemtellers weten we dat in Nederland de bliksem 2 à 3 maal per km2 per jaar inslaat, dat is dus zo’n 100.000 inslagen per jaar. Gemiddeld worden er jaarlijks 5 personen getroffen door de bliksem. De kans op een verkeersongeluk is dus heel wat groter. Echter open veld en vooral wateroppervlakten zijn extra gevaarlijk, dus zullen wij als kanovaarder daar rekening mee moeten houden.

Hoe weet ik dat het gaat onweren?
Allereerst natuurlijk via het weerbericht. Vaak wordt al een aantal uren vooruit aangegeven dat de kans op onweer erg groot is. We kunnen daar dan rekening mee houden met de keuze van het kanowater of de keuze maken thuis te blijven.

Voor de korte termijn kunnen we uit allerlei veranderingen in het weer afleiden dat er onweer op komst is. Zelfs als er nog nauwelijks bewolking is, kunnen we de veranderingen zien aankomen. Als bijvoorbeeld de strepen van vliegtuigen langzaam oplossen of uitdijen of als de lucht vol raakt met windveren gaat het meestal mis.

Dieren kunnen zich voor een onweersbui onrustig gaan gedragen. Let dus op veranderingen in hun gedrag. Veel geluidsgolven van de donder hebben zo’n lage toon, dat ze door mensen niet worden waargenomen. Sommige dieren kunnen dan wel op die verre donder reageren lang voor wij het naderend onweer waarnemen.

Vooral de wolken kunnen ons waarschuwen. Opbollende stapelwolken luiden in veel gevallen een weersverandering in, zeker als ook de wind aantrekt en ook de hoeveelheid bewolking toeneemt. Bliksems vormen zich soms al 10 minuten na het zichtbaar worden van een stapelwolk.
Een karakteristieke buienwolk waarin waarschijnlijk onweer zal voorkomen is de cumulonimbus. Het is een uitgebreide wolkenpartij met aanzienlijke verticale ontwikkeling, bestaande uit koppen die zich verheffen in de vorm van bergen of torens. Het bovenste deel van een cumulonimbus vertoont een vezelachtige structuur en spreidt zich dikwijls uit in de vorm van een aambeeld. Onder de basis van een cumulonimbus, die vaak zeer donker is, bevinden zich meestal lage wolkenflarden en is soms neerslag te zien in de vorm van valstrepen.
Bijzonder zware buien worden soms vooraf-gegaan door een rolwolk, een indrukwekkende, scherp begrensde wol-kenbank, die inktzwart kan zijn. Ook overdag kan het dan aardedonker worden. Een rolwolk wordt vergezeld door enorme en plotselinge windstoten van soms 100 tot 150 kilometer per uur. Het is een voorkeursplaats voor windhozen, maar vaak blijft het bij een begin van hoosvorming in de lucht.
Is de donder reeds te horen dan kunnen we met behulp van het tijdsverschil bliksem-donder op eenvoudige wijze schatten hoe ver de bliksem verwijderd is. Men kan per km afstand met 3 sec. tijdsverschil rekenen. We spreken van nabij onweer bij 10 sec: dan bedraagt de afstand 3 km. Tegen die tijd is het noodzakelijk om al van het water te zijn en een veilige plek te zoeken.

Vooral het optreden van St.Elmusvuur (een sissend of knetterend geluid overdag) duidt op een zeer gevaarlijke situatie.

Veilig voor de bliksem ! ? !
Dit is uiteraard het belangrijkste aspect van het onderwerp bliksem.

Men neemt aan dat stromen boven 0.1 à 1 ampère gevaar voor de mens opleveren. Minder dan 1% van de bliksemstroom kan dus al dodelijk zijn. Omdat ons lichaam gegeven de lengte van bijna 2 meter een betrekkelijk lage elektrische weerstand heeft, ca. 1000 ohm, komt gemakkelijk een deel van de bliksemstroom in ons lichaam terecht. Men moet dus zorgen dat hoofd en ledematen niet nabij punten met onderling verschillende spanning komen en zulke punten vooral niet aanraken.

De meeste mensen zijn zich goed bewust van het risico van een rechtstreekse (directe) inslag, maar minder van de gevaren van een nabije (indirecte) inslag, die echter veel meer voorkomt: de bliksem slaat vlakbij je in en de stroom verspreidt zich straalsgewijs in alle richtingen in de grond. Hierdoor kan een hoge spanning ontstaan tussen je voeten, zelfs als je tot 20 meter van de blikseminslag verwijderd bent. De spanning kan een stroom forceren door je lichaam die misschien niet direct dodelijk is maar gedeeltelijke verbranding en tijdelijke verlamming zijn niet uitgesloten. Dit risico wordt verminderd door je voeten bij elkaar te houden en het contact met de grond zo klein mogelijk te maken. Ook op het water hebben we te maken met deze indirecte inslagen. Voor een zwemmer kan zo’n inslag op afstand fataal zijn.

Hoe kun je zo veilig mogelijk handelen bij onweer ?
Wees alert. Let op de weersverwachting en volg ook zelf de eventuele ontwikkeling of nadering van buien. Lijkt het erop dat er onweer komt zoek dan zo snel mogelijk een zo veilig mogelijke plaats op de wal.
Nabij onweer vereist extra aandacht: de donder komt dan binnen 10 seconden na de bliksem (de afstand is dan ca. 3 km).
Vermijd open terrein en verlaat zo snel mogelijk het water. (Binnenmeren zijn in het algemeen gevaarlijker dan de zee omdat zeewater een veel lagere elektrische weerstand heeft. De bliksemstroom verkiest het zeewater boven je lichaam).

Onder alleenstaande bomen en speciaal onder de ver uitstekende takken loopt u het grootste gevaar tijdens onweer. Deze bomen worden dikwijls door de bliksem getroffen. Het is een fabeltje dat het veilig is onder beuken maar niet onder eiken of wilgen. De bliksem heeft geen voorkeur. Wel is het zo, dat de sporen van een blikseminslag nogal kunnen verschillen. Bij gezonde bomen met een gladde hechte bast (beuken) dringt de bliksemstroom gewoonlijk niet naar binnen. Bij andere bomen (zoals sparren) ziet men echter na blikseminslag duidelijk de sporen zoals versplintering van de bast.
Vermijd bosranden met hoge bomen, toppen van heuvels of duinen, metalen afrasteringen die de stroom naar u toekunnen leiden van honderden meters afstand.

Probeer vóór het onweer te dichtbij is , zo snel mogelijk een schuilplaats te vinden in:

- Gebouwen, huizen (liefst met een bliksemafleiderinstallatie).
- Een auto ,waarschijnlijk de veiligste schuilplaats; het metalen frame werkt als de kooi van Faraday.( een auto kan na inslag geen gevaarlijke lading vasthouden en hoeft dus niet speciaal ontladen te worden. Wel is het verstandig pas uit te stappen als er geen nieuwe bliksem meer dreigt.)
- Dichte bossen (houd tenminste 3 meter afstand van bomen en laaghangende takken).

Als schuilplaats is een niet geaard afdak overigens beslist onvoldoende. Een in het open veld staande tent is eveneens onveilig.

Gebruik geen paraplu, hengel, peddel en dergelijke.

Vermijd mogelijke inslagpunten, zoals torens, bomen, palen, vanwege afslag van deelontladingen en vanwege mogelijke gevaarlijke spanningen over de grond.

Zwemmen is zowel gevaarlijk wegens mogelijke directe inslag als vanwege gevaarlijke spanningen in het water.

Vermijd binnenshuis ramen, zolders en alle metalen constructies of leidingen.

Als het onweer zo dichtbij is dat de donder de bliksem volgt in minder dan 3 à 5 seconden en u heeft geen schuilplaats kunnen vinden, dan kunt u maar één ding doen:

Hurk met de armen om de benen heen geslagen, en met de voeten bij elkaar om het contact met de grond zo klein mogelijk te maken. (als u dit niet volhoudt kunt u ook knielen).
Ga vooral niet op de grond liggen omdat door het groter aanrakingsvlak met de grond de kans toeneemt dat een deel van de bliksemstroom door uw lichaam vloeit (de bliksemstroom kan zich na inslag immers in alle richtingen verspreiden).

Blijf niet in groepjes bij elkaar staan.

Verleen eerste hulp aan getroffenen. Reanimatie heeft vaak schijnbaar hopeloze bliksemslachtoffers kunnen redden!

Bronvermelding:
H.R.A. Wessels: Luchtelektriciteit en onweer
Harry Geurts, KNMI: Het weer nader verklaard
Ir. H. Aaftink: Leven met bliksem
Oosthoek Encyclopedie