Solotoer De Horsten [Z.-H.] (voor foto's zie fotoalbum)
Landschap, natuur en historie
Dankzij de adel en ons vorstenhuis is er in de drukke westrand van de Randstad
een juweel van een kanogebied behouden gebleven. Doordat het Horstengebied tussen
Wassenaar en Voorschoten grotendeels Koninklijk Domein is en bestaat uit prachtige
landgoederen met bossen en weilanden, is het gespaard gebleven als aaneengesloten
natuurlijk landschap met beschermde status. Als boeren en tuinders, gemeenten
en projectontwikkelaars hier hun gang hadden kunnen gaan, zoals in het Westland,
de bollenstreek en rond Rijnsburg, dan was dit adellijke landschap al lang omgeploegd
tot bollenvelden, kassencomplexen, stompzinnige bedrijfsgebouwen, woonwijken
en autowegen. Dat laatste gevaar dreigt nog steeds voor de noordrand van dit
gebied langs de Leidse buitenwijk de Stevenshof, waar de zgn. Rijnlandroute
[ook wel RW11 west genoemd] gepland staat als goedkoopste=domste
en kortste verbinding tussen A4 en A11, zodat Rijnsburgse bloemenrijders een
kwartier eerder in zuid-Duitsland zijn dan nu het geval is.
De eerste autoweg die de milieubeweging [dankzij het Milieukundig Studiecentrum
van de RUL] met succes wist tegen te houden liep ook dwars door dit gebied,
de Leidse Baan. Die moest parallel aan de spoorbaan Leiden met Den Haag verbinden.
Vooruitlopend op de definitieve aanleg werden alvast bruggen en viaducten gebouwd!
Die zijn dus intussen afgebroken. Wie zon trace ooit kon bedenken! Overigens
ligt hier ook de langste kanotunnel van Nederland, maar dan wel onder de viersporige
spoorbaan, de drukste van Nederland, die dwars door het gebied loopt. De meeste
treinreizigers kennen de Horsten zo, vanuit de trein, zonder de echte waarden
ervan te beseffen!
De Horsten zijn vernoemd naar de landgoederen van de Zuid-Hollandse graven en andere edellieden die hier op Raaphorst, Ter Horst en Duivenvoorde woonden. De enige horst die in dit gebied nog adellijk bewoond wordt is de koninklijke villa Eikenhorst, waar prins Willem-Alexander en Maxima wonen. Met een beetje geluk kun je die op een rustige doordeweekse dag hier met hun kinderen zien wandelen. Wandelen is naast kanoen de manier om dit prachtige landschap te verkennen. Er zijn verschillende ingangen van waaruit je tegen betaling in de Horsten kunt wandelen. Zondags kan het hier met mooi weer heel druk zijn, zeker bij het rustieke theehuis langs de grote vijver achter de A44 en bij de beroemde seringenberg. Doordeweeks is voor rustzoekers dus de tijd om hier te land bij te komen op het water is het altijd stil . De ingangen, waar ook geparkeerd kan worden, liggen langs de Papeweg, bij kasteel Duivenvoorde [dat soms te bezichtigen is] en bij Ter Horst [ingang voorbij de fietstunnel in de Horstlaan]. Vanaf station Voorschoten is alles goed te bereiken. De Horsten maken deel uit van de landelijke en toeristische fietsroutes van de ANWB rond Leiden en Den Haag.
Geologisch is het gebied ook interessant, want het is een relatief jong landschap, dat gevormd is op strandvlakten en strandwallen/duinenrijen, die al beginnen op de lijn Voorschoten Voorburg, waar de oudste duinresten te vinden zijn. Daar legden de Romeinen rond het jaar 49 een heerweg [nu de Veurseweg] overheen om met droge voeten [de rest van het Groene Hart was toen een groot kanoparadijs, grotendeels moerasbos] van hun legerplaats bij Voorburg naar hun vesting bij Valkenburg te komen. Parallel daaraan liep het kanaal van Corbulo [ongeveer waar nu de Vliet loopt, aan de oostgrens van de Horsten] waarover de Romeinse schepen tussen Maas en Rijn konden varen als alternatief van de riskante route over zee. De noordgrens van de Horsten bij de Oude Rijn in Leiden vormde toen de noordgrens van het Romeinse Rijk. Bij opgravingen in de Stevenshof zijn houten paalwegen door het veen uit de vierde eeuw voor Christus gevonden! Langs de hoger gelegen Rijnoevers was dus al lang voor de jaartelling bewoning, en de Horsten waren dan waarschijnlijk ook al bewoond. Ook over de hogere duingronden ten westen van de Horsten, waar nu de A44 loopt, liep een Romeinse weg en was bewoning. Maar de Horsten waren 4000 6000 jaar geleden ook al een ideaal kanogebied, want toen stond hier op de strandvlakten nog de branding en moesten de huidige jongere duinen van Wassenaar nog gevormd worden. Toen die de Horsten blijvend van de zee afsloten en de strandvlakten [eigenlijk waren de Horsten toen een soort waddengebied] verzoetten, begon de opbouw van de huidige veenlaag van een halve meter dik, restanten van de moerasvegetatie. Onder de veenlaag is overal het oude strandzand te zien, dat de bodem van de waterlopen bedekt waar we doorheen varen. Bijna overal is het water nog geen meter diep en makkelijk te doorwaden dankzij de harde zandbodem! Bij de Rijn werden kleilagen afgezet, die eeuwen later werden afgegraven ten behoeve van baksteen- en dakpannenproductie. Vanaf de Middeleeuwen ontstond het huidige coulissenlandschap met weilanden omsloten door bossen. De Veenwatering en Dobbewatering vormen de belangrijkste vaarwateren, zijn deel van de Rijnlandse boezem en hebben dus hetzelfde peil als bijvoorbeeld de Kaag en de Westeinder. Deze zuidwest-noordoost lopende wateringen zijn de rechtgetrokken restanten van natuurlijke riviertjes die sinds de oudheid afwaterden in de Rijn, die bij Katwijk in zee uitmondde. Overigens waren de duinen al vroeg met eikenbossen begroeid en groeiden er op de natte strandvlakten eikenhakhoutbosjes [die momenteel hoog opschieten bij gebrek aan gehakketak]. Zo ziet het Horstenlandschap er nog steeds uit, wat het mooist vanaf het oude stenen bruggetje in de fietsroute in de Horst en Voordelaan te zien is. Gelukkig zijn hier nog steeds koeien en schapen te zien, de weilanden zijn nog niet leeg. De andere bewoners van die weilanden zijn de weidevogels, waarvan de Tureluur, de Grutto en de Slobeend het meest bedreigd zijn maar gelukkig elk jaar nog in grote aantallen waar te nemen. Zeldzamer gasten hier zijn de Visarend en de Kraanvogel. s Winters zitten hier honderden trekvogels, vooral Smienten, Wulpen en Watersnippen. De mooiste broedvogel hier is ongetwijfeld het IJsvogeltje. Heel apart zijn de watervleermuizen, die in de schemering vlak langs je kano flitsen. Zij schijnen in Polen te overwinteren maar zitten s zomers in Nederland. De geheimzinnigste wintergast hier is de Houtsnip, die laag over de bomen vliegt en vreemd blatende geluiden produceert. Met een beetje geluk kun je een vos of wezel tegenkomen. Uiteraard barst het in het bos van de zangvogels. De vreemdste bewoner die ik ooit zag was een schildpad, zonnend bij de vijver achter Raaphorst.
Kanoroute
Er zijn verschillende routes en rondjes mogelijk in de Horsten. Het eenvoudigste
is een heen-en-weer tochtje door de Veenwatering, die midden door het gebied
loopt. Dat verveelt geen moment, want het zicht in noordelijke resp. zuidelijke
richting is steeds verschillend, alleen al door het verschil in licht, wind
en golfslag. Het varen van een echt rondje hangt af van de vertreklocatie, want
daarbij kan uit verschillende plekken gekozen worden. Je kunt al in Leiden starten,
bijvoorbeeld aan het Galgenwater bij de kanoverhuur, en dan de Rijn afzakken
tot de Stevenshof en dan een van beide wateringen invaren. Je kunt ook in de
Stevenshof starten en bijvoorbeeld langs de Gerda Brautigamsingel parkeren en
instappen langs de Dobbewatering. De mooiste instapplek midden in het gebied
is langs de parallelweg van de Papeweg tussen Voorschoten en Wassenaar, waar
genoeg parkeer- en instapruimte is. [Inrijden vanaf Voorschoten is voor bestemmingsverkeer
toegestaan.]
Als we dan onder de Papeweg doorgevaren zijn en de manege gepasseerd zijn komen
we in het stuk bos waar de wandelroutes liggen. Na het wandelbruggetje komen
we in het verstilde gedeelte waar de watervleermuizen foerageren en waar in
de herfst de houtsnippen zich laten horen. Aan het eind van het bos ontvouwt
zich het mooiste stukje omsloten weiland en water, met het bos in de rug en
opzij en the open skye voor ons. Links ligt de verbinding met de Dobbewatering,
waar we later doorheen gaan. Eerst varen we door richting Den Haag/Mariahoeve,
en voelen de harde zandbodem onder onze peddels. Hier kan ook goed [en naturel]
gezwommen worden; niemand ziet je hier. Verderop een sierlijk gebogen bruggetje,
waar de wandelaars ons op warme zondagen jaloers nakijken. Verderop de eerste
stenen brug, waarachter het vergezicht pas echt groots wordt. Rechts loopt het
water naar de villa Eikenhorst, waar je per kano vlakbij kunt komen. Pas op
om bij de omheining niet per ongeluk met de peddel in de stralenbundel van de
bewakingsapparatuur te komen, want dan gaat het alarm af
.
Als we verder varen in zuidelijke richting komen we onder het oude stenen bruggetje
van de Horst- en Voordelaan uit de LF-route, waar ik duizenden keren overheen
gefietst ben. Onder het bruggetje zien we de contouren van de Haagse skyeline
met de nieuwe protserige kantoortorens van de ministeries rond het Centraal
Station. Na het lage boerenbruggetje [goed bukken!] komen we in het ruime stuk
water dat doorloopt tot Mariahoeve. Ter hoogte van het vroegere Wassenaarse
dierenpark stuiten we op een te lage stalen brug. Als we omkeren lijkt het landschap
weer anders, ander licht en een andere kleur op het water. De zijsloten zijn
stuk voor stuk ondiep en vol modder, en dus nauwelijks te bevaren.
Als we terugvaren tot het bos kunnen we kiezen voor de korte route, terug naar
het vertrekpunt, of de lange route, rechtsaf via de prachtige verbindingssloot
door het bos naar de Dobbewatering [ca. 8 km erbij]. Als we die nemen komen
we na een laag betonnen bruggetje in de mooie maar ondiepe zuigsloot langs het
bos richting spoorlijn. Voor ons ligt Voorschoten. Voor de spoorlijn gaan we
linksaf de Dobbewatering in. Rechtsaf kan ook, maar dan komen we na het passeren
van de spoorbaan in het water uit dat via [een prachtige doorgang langs] kasteel
Duivenvoorde uitkomt bij de Veurseweg en de Vliet. De doorgang door Duivenvoorde
is verboden, dus niet geschikt om in groepsverband te varen, maar ik heb er
altijd ongestoord doorheen kunnen varen. Wie vanaf de Vlietlanden [waar je bij
het watersportcentrum ook kanos kunt huren] naar de Horsten wil, moet
wel deze route via Duivenvoorde volgen en bij de molen langs de Vliet de zijsloot
richting kasteel insteken.
Wij varen intussen de gewone route in noordelijke richting, langs de boerderij
opzij van station Voorschoten, en na een knik in de route onder de Papeweg door.
Na het industrieterrein van Voorschoten ontvouwt zich weer een open stuk weilandschap,
met in de verte de Stevenshof. Rechts staan picknickbankjes, waar gestopt kan
worden voor een pauze. Na de lage boerenbrug passeren we het stuk weiland met
de hoogste dichtheid aan gruttos en tureluurs, waardoorheen het trace
van RW 11 west al decennia lang op vele kaarten ingetekend staat. Laat dat zo
eeuwig blijven, een weg die alleen op papier bestaat.
Na de bocht varen we langs de mooist gelegen huizen van de Stevenshof. Waar
het water breder wordt en waar een goede instapplaats is woon
ikzelf, op nr.50 [op mijn dakterras kun je van het uitzicht meegenieten
].
Met mooi weer moet je hier oppassen voor verwende jongetjes van nog geen 12
[!], rondscheurend in speedbootjes met veel pks, die alle waterreglementen
overtreden en geen benul van risicos hebben. We blijven de rand van de
buurt volgen en gaan linksaf onder de fietsbrug, passeren een groot aantal mooie
tuinen, gaan weer links onder brug door en peddelen om de uiterste lob van deze
pre-VINEX wijk, waar het - afgezien van die rotbootjes - goed wonen is. Na een
laatste bruggetje draaien we weer linksaf in zuidwestelijke richting de Veenwatering
op.
Achter ons ligt de Stevenshof-molen, die door de bebouwing weinig wind meer
vangt; de plotselinge dood van de molenaar begin 2005 lijkt deze situatie te
symboliseren.
Na een baileybrug [het bord verboden voor motorboten heb ik hier
zelf opgehangen omdat de bebording langs waterwegen volstrekt tekortschiet]
volgt een breed stuk water, waar het bij zuidwesterstorm kan spoken. Hier kun
je dan surfen! We komen verderop bij de kleine, 18e-eeuwse watermolen van Zuydwijk,
die nog regelmatig in bedrijf is. Eerst nog rechtsaf, even in het landgoed Zuydwijk
[overigens niet toegankelijk] langs de A44 rondpeddelen. Het water is hier zwart
van de modder, op de oevers groeien in de lente massas blauwe boshyacinten.
Dit bos is ook al eeuwen oud. Na het bruggetje linksaf langs het bos en rechtsaf
het bos in, dan zie je de mooiste plekken. Terug langs de molen, komen we op
het beginpunt terug, na minstens 3 tot 4 uren varen [lange route].
Informatie
Kaarten
De ANWB waterkaart Hollandse plassen is niet geschikt. Toeristische
kaarten met schaal minder dan 1 op 50.000 en fiets/wandelkaarten zijn geschikter.
Het beste zijn stafkaarten.
Voor de aanrijroutes zie de wegenkaarten en stratenboeken.
Kanoverhuur
In Leiden tegenover molen de Put aan het Galgenwater.
Bij Watersportcentrum Vlietlanden, te bereiken via het fietspad langs de Vliet
ter hoogte van Voorschoten, en via de ontsluitingsweg vanaf de oprit naar Den
Haag t.h.v. Zoeterwoude Dorp langs de A4.
Vertrekpunten
Bij de verhuurpunten, en langs diverse oevers in Leiden/Stevenshof, langs de
Papeweg tussen Voorschoten en Wassenaar [parallelweg noordzijde], bij de Veurseweg
t.h.v. Duivenvoorde.
Aan de Haagse en Wassenaarse kant zijn geen geschikte instapplaatsen.
Lengte
Korte route: 7 8 km
Lange route: ca. 15 km.
Combinaties
Goed te combineren met een wandeling door de Horsten, of museumbezoek in Leiden
[Naturalis!] of een rondje Leidse grachten en singels.
Nadere informatie
Martin Kroon, tel. 071-5311307 of mc.kroon@hetnet.nl