De bij PeddelPraat toegepaste risicofilosofie bevat de volgende elementen:
| 1 | risicoanalyse van tochten en activiteiten |
| 2 | bepaling van preventieve en curatieve maatregelen |
| 3 | training en opleiding van tochtleiders en -begeleiders |
| 4 | training van en informatie aan kanovaarders en deelnemers |
| 5 | bewustmaking en informatie aan kanovaarders/deelnemers over risico's en milieueffecten bij nevenactiviteiten zoals kamperen, kampvuren, kanotransport |
| 6 | toepassing veiligheidsregels bij voorbereiding/uitvoering van tochten en activiteiten |
| 7 | melding, registratie en evaluatie van incidenten; regelmatige evaluatie van de toepassing van de veiligheidsregels |
| 8 | zo nodig sanctioneren van deelnemers en/of tochtleiders bij inbreuken op de regels. |
De veiligheidsmaatregelen en -eisen staan beschreven in de PeddelPraat-richtlijnen
voor tochtleiders en tochtbegeleiders, in de risico-inventarisaties van de specifieke
commissies per activiteitengebied, in de NKB-richtlijnen voor specifieke activiteiten
zoals de kajakreddingstest, en in nationale en internationale kano-trainingsrichtlijnen
en -opleidingseisen van bijv. de BCU - voor zover in Nederland van toepassing.
Deze eisen zijn, tenzij anders bepaald, ook bij PeddelPraattochten van toepassing,
en worden regelmatig aangepast aan nieuwe ontwikkelingen zoals op het gebied
van communicatie- en navigatiemiddelen.
In de komende nummers worden de geldende veiligheidsregels, die voortaan ook
op de website van PeddelPraat te vinden zijn, verder toegelicht.
Risicopreventie bij zeevaren ['wad en kust"] en lange afstandvaren
bij PeddelPraat
Bij deelname aan door PeddelPraat georganiseerde tochten op zee of grote rivieren
en andere vormen van grootwater blijven de risico's doorgaans beperkt doordat
alle tochten gevaren worden onder leiding van ervaren tochtleiders en begeleiders,
mits de voor elke tocht geldende veiligheidsregels nageleefd worden.
Vaste regel is dat er groepsgewijs gevaren wordt en dat de groep bij elkaar
blijft, zodat in geval van een calamiteit er altijd hulp bij de hand is. Vanzelfsprekend
uitgangspunt is dat elke deelnemer kan zwemmen; deze eis wordt niet verder herhaald.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen tochten voor beginners en voor gevorderden.
Beginners [op zee] zijn ervaren kanoers maar zonder gootwaterervaring, gevorderden
zijn kanovaarders op het niveau "zeevaardigheid". De tochten voor
beginners worden gehouden op relatief beschut groot water, de tochten voor gevorderden
worden op meer open wateren gevaren.
Voor de tochten voor gevorderden dienen de deelnemers te beschikken over vaardigheden
op het niveau zeevaardigheid. Dat houdt in dat ze beschikken over de nodige
theoretische kennis en praktische vaardigheid en ervaring in het varen op groot
open water met stevige golfslag onder uiteenlopende omstandigheden. Daaronder
vallen zelfreddingtechnieken en geoefendheid in het hulp kunnen bieden bij reddingen.
In de winter, bij slecht weer en bij wind(verwachtingen) vanaf windkracht Bft.6
worden geen tochten gevaren c.q. worden tochten afgelast.
Bij het organiseren en begeleiden van tochten dient met de volgende risico's rekening gehouden te worden:
Onderkoeling/verdrinking
Onderkoeling kan ontstaan door nat worden als gevolg van regen, spatwater of
omslaan in koud water en/of daarop volgende blootstelling aan (harde) wind [NB.
de chill-factor!], mede als gevolg van onvoldoende thermische isolatie/kleding.
Hoewel kanoers moeten kunnen zwemmen, kan verdrinking dreigen in geval van onderkoeling
en bij ontbreken van reddingmiddelen met voldoende drijfvermogen of bij bewusteloos
raken als gevolg van water binnenkrijgen of hoofdletsel.
Maatregelen: bij planning en begin van een tocht wordt aan de deelnemers
duidelijk gemaakt om wat voor water en risico's het gaat en welke preventieve
maatregelen genomen moeten worden. Als basis geldt steeds de - voor elke tocht
vast te stellen - minimaal vereiste mate van zeevaardigheid en geoefendheid,
waardoor met name omslaan in moeilijke situaties wordt voorkomen. Daarnaast
dient steeds zodanig isolerende vaarkleding gedragen te worden dat bij harde
wind, bij slecht en nat weer en bij langduriger verblijf in het water geen onderkoeling
kan optreden. Verder moet steeds droge en warme reservekleding meegenomen worden
en voldoende (warm) drinken en eten.
Ook al kan elke kanoer zwemmen, op groot water moet een zwemvest met voldoende
drijfvermogen gedragen worden. Op water en in situaties waar gevaar voor bewusteloos
raken t.g.v. hoofdletsel dreigt, zoals brandingvaren, dient een kanohelm gedragen
te worden.
Oververhitting
Oververhitting kan optreden bij extreem warm weer en felle zon [ook op koud
water] en als geen passende kleding gedragen wordt. Door oververhitting kan
duizeligheid en gebrek aan kracht ontstaan waardoor voortzetting van een tocht
onmogelijk wordt.
Maatregelen: ook bij warm weer dient passende (lichte) kleding gedragen
te worden, dient een voldoende zonwerend hoofddeksel gedragen te worden, en
eventueel een zonnebril; met zonnebrandmiddelen dient verbranding te worden
voorkomen.
Blessures
Blessures, zoals een verrekte spier, schouder uit de kom of kraakpols, ontstaan
door overbelasting of verkeerde bewegingen tijdens het varen en surfen, het
in- of uitstappen, het tillen van beladen kano's of tijdens verblijf op het
land [met name bergwandelen].
Maatregelen: behalve de benodigde waakzaamheid tegen overbelasting van
de zwaarst belaste lichaamsdelen als polsen en rug door de vaarders zelf, dient
de tochtleiding over voldoende middelen te beschikken om eenvoudige blessures
te verhelpen. Een standaard EHBO-set [als in het verkeer aanbevolen] dient bij
elke tocht meegenomen te worden. Verder dient bij de planning bedacht te worden
op welke wijze voor vervoer naar startpunt en/of huis gezorgd kan worden. Elke
tochtleiding dient over sleepmateriaal te beschikken om een geblesseerde die
niet zelf meer kan peddelen naar een gemakkelijk bereikbare plaats te kunnen
meenemen.
Weersverslechtering
Door weersverslechtering, met name toename van de windsnelheid, zware regen,
mist, en onweer, kunnen de omstandigheden en voorwaarden voor een veilige uitvoering
van een tocht zodanig verslechteren dat risico's voor de deelnemers ontstaan.
Die risico's bestaan uit het niet halen van de bestemming, verdwalen, omslaan,
onderkoeling of blessures.
Maatregelen: de tochtleider(s) dienen zich van te voren op de hoogte
te stellen van de weersverwachting gedurende de gehele tocht en communiceren
eventuele bijzonderheden voor de aanvang van de tocht aan de deelnemers. Tijdens
een tocht worden de weersveranderingen in de gaten gehouden met radio, barometer
e.d. Bij gevaarlijke weersomstandigheden zoals windkracht vanaf Bft. 6 wordt
een tocht afgelast. Bij onweer dient zo snel mogelijk een veilige plek om te
schuilen te worden opgezocht. Bij toenemende wind wordt, afhankelijk van het
niveau van de groep, beoordeeld of de tocht moet worden afgebroken of voortgezet.
Zelfoverschatting
Zelfoverschatting van eigen kunnen door een deelnemer kan ertoe leiden dat zelfstandig
verder varen door uitputting, omslaan e.d. niet langer mogelijk is en dat de
deelnemer door de tochtleiding of andere deelnemers geholpen moet worden [ondersteunen,
slepen etc.]. Overschatting kan ontstaan indien er geen check gedaan wordt van
niveau en kano-ervaring van een [nieuwe] deelnemer en als er onvoldoende informatie
verstrekt wordt over de condities en moeilijkheidsgraad van een tocht.
Maatregelen: voorafgaand aan en bij het begin van een tocht wordt informatie
gegeven over de lengte en zwaarte van de tocht, zodat deelnemers weten wat hen
te wachten staat en aan welke conditionele eisen voldaan moet worden. Kano's
op groot water moeten voorzien zijn van een sleeplijn. Daarnaast moeten de tochtleiders
tijdens de tocht de deelnemers in de gaten houden, zodat eventuele problemen
tijdig gesignaleerd worden. De deelnemers dienen zich terdege rekenschap te
geven van de zwaarte van een tocht en blijven voor hun eigen conditie, uitrusting
en capaciteiten verantwoordelijk.
Scheepvaart
Op groot water is een kano slecht zichtbaar en kan makkelijk overvaren worden,
vooral bij slecht zicht, ongeacht de voorrangsregels. Als zwakste partij kan
de kanoer niet op de voorrangsregels vertrouwen, te meer daar vaststaat dat
vanaf grote schepen onvoldoende uitgekeken wordt naar kleinere vaartuigen, die
mogelijk niet op de radar te zien zijn. Daarnaast moet op de grote rivieren
rekening gehouden worden met de geringe manoeuvreerbaarheid van grotere schepen
en duwbakken en met de grote dode hoeken waarin kano's niet te zien zijn.
Maatregelen: bij slecht zicht zoals mist en zware regen moet een tocht
op groot water met scheepvaart afgelast of uitgesteld worden. Vergroten van
de zichtbaarheid van een kano en vaarder is belangrijk, met name door gebruik
van felgekleurde [oranje/geel/wit/rood] kleding en uitrusting. Met het oog op
plotseling opkomende mist is het aan te bevelen in een groep ten minste een
radarreflector aanwezig te hebben. Op grote rivieren en kanalen dient consequent
rechts gehouden te worden en dient de groep uit de vaargeul te blijven en zoveel
mogelijk langs de kant te varen. Verder moet wat betreft voorrangsregels uiteraard
het vaarreglement bekend zijn en nageleefd worden.
Aanvaringen
In het bijzonder bij brandingvaren en zeevaren op ruw water bestaat het risico
van aanvaring met andere deelnemers, doordat een deelnemer de controle over
zijn/haar kano verliest. Dat kan met name gebeuren tijdens het surfen, wat gevaar
voor (inwendig) letsel meebrengt. Ook kan bij het brandingvaren gevaar voor
badgasten en zwemmers ontstaan als een kanoer met grote vaart een golf afsurft.
Maatregelen: van belang is voldoende afstand houden tot andere deelnemers
en zwemmers. Bij brandingvaren moeten zeewaarts varenden afstand houden tot
de plek waar surfers richting strand varen [via eenrichtingverkeer]. Bij dreigende
botsing moeten beide deelnemers omslaan en zo vaart remmen. Ook moet voorkomen
worden dat surfers in hun eentje in zee gaan: om elkaar snel hulp te kunnen
bieden dient bij voorkeur in groepjes gesurft te worden.
PeddelPraat gaat ervan uit dat elke deelnemer aan een PP-tocht zelf zorgdraagt voor het in orde zijn van kano en uitrusting en een goed beeld heeft van eigen capaciteiten en ervaringsniveau. Voor tochtleiders en begeleiders gelden de regels uit het "Handboek Tochtleider", dat alle tochtleiders en begeleiders ontvangen wanneer ze deel gaan uitmaken van een van de PP-commissies.
Elke commissie heeft specifieke regels opgesteld voor het soort water en tochten
waar die commissie over gaat, en zorgt dat die kenbaar zijn voor elke deelnemer,
met naar bevind van zaken per tocht concrete aanwijzingen voor de deelnemers.
Deelnemers aan PP-tochten moeten die aanwijzingen te allen tijde opvolgen; negeren
van de aanwijzingen kan leiden tot uitsluiting van deelname aan volgende PP-tochten.
De specifieke veiligheidsregels per vaargebied zijn binnenkort te vinden op
deze website