Peddelend naar de volgende boei draait een groepje kanoërs
de voorpunt in de wind. Ondertussen houden ze het weer en natuurlijk het getij
scherp in de gaten. ![]()
Zeevaren is voor iedere gevorderde kanoër het ultieme avontuur. Om aan
tochten op het wad en langs de kust deel te nemen moet je minimaal 15 km (of
2 uur) tegen windkracht 5 in kunnen varen en de peddelsteunen beheersen.
Het spreekt voor zich dat je de boot op koers kunt houden.
Verder is het aan te bevelen dat je enige kennis hebt van navigatie en getijden.
De tochten
Zeekanoën begint thuis. Met behulp van kaarten en getijdentabel plan je
de tocht. Het hoog- en laagwater bepalen de tijd van vertrek, pauze en terugkomst.
Ook
met het weer wordt rekening gehouden. Bij een windkracht van 6 Bft of meer gaat
een tocht niet door. De tochtleider informeert je hierover op de avond voor
de tocht. De tochten zelf bestaan, net als bij het lange-afstandvaren, vaak
uit meerdere uren varen onder wisselende omstandigheden.
Het ene moment is de zee nog vlak, het volgende moment kan
de zee behoorlijk ruig zijn. Onderweg is er meestal geen mogelijkheid om even
uit te stappen, je moet dus tot het volgende rustpunt kunnen varen en de elementen
trotseren.