De website voor kanovaarders

Nieuws

weblog over kajakzeilen

Kajakker Berend Schilder van de Rotterdamse kanoclub Never Dry is de
eerste Nederlandse weblog begonnen over kajakzeilen. Hij hoopt hiermee dat
meer mensen een zeiltje zetten op hun kajak omdat een kajakzeiler meestal
harder gaat dan de rest van de groep. ‘Voor je het weet lig je ver
vooruit wat natuurlijk onveilig is en leidt tot boze reacties,’ zegt
Schilder. ‘Het zou leuk zijn als meer mensen deze nieuwe manier van
varen ontdekken wat de veiligheid bevordert.’ De moderne kajakzeiltjes
lijken nog maar weinig op de onhandige dingen waarmee mensen vroeger
probeerden vooruit te komen met de wind mee,’ zegt hij. ‘Je trekt het
zeiltje zo omhoog. Weer plat op het dek geeft het niet meer rommel dan
bijvoorbeeld een  reservepeddel onder het elastiek.’ Het belangrijkste
is volgens hem echter dat je tegenwoordig scherp aan de wind kunt komen,
tot zo’n 30 graden zonder zwaarden en andere toestanden. ‘Een scheg en
achterwaarts peddelroer is genoeg om koers te houden.’ Wie nog
bedenkingen heeft, kan terecht op zijn weblog waar hij ingaat op alle
heersende vooroordelen, het fantastische gevoel alsof je urenlang op de
surf zit, de techniek en tips voor de veiligheid. Zie kajakzeiler.blogspot.com

Zeekoorts

       Sea Fever


I MUST go down to the seas again, to the lonely sea and the sky,
And all I ask is a tall ship and a star to steer her by;
And the wheel’s kick and the wind’s song and the white sails shaking,
And a gray mist on the sea’s face, and a grey dawn breaking,
I must go down to the seas again, for the call of the running tide
Is a wild call and clear call tat may not be denied;
And all I ask is a windy day with the white clouds flying
And the flung spray and the blown spume, and the seagulls crying.
I must go down to the seas again, to the vagrant gypsy life,
To the gull’s way and the whale’s way where the wind ’s like a whetted knife;
And all I ask is a merry byarn from a laughing fellow-rover,
And quiet sleep and a sweet dream when the long trick’s over.

John Masefield (1878-1967)
Uit: Salt-Water Ballads [1902], opgenomen in de editie
Collected Poems, voor het eerst in 1923 verschenen.

Zeekoorts

Ik moet terug naar zee, naar de eenzame zee en de lucht,
en al wat ik vraag is een goed schip, en een ster die haar leidt op haar vlucht,
het rukken van het roer, het lied van de wind, een zeil dat zich killend laat horen,
de grijze mist op het zeegezicht, in het grauwe ochtendgloren.
 
Ik moet terug naar zee, want de roep van het uitgaande tij
is een wilde roep en een heldere roep, die dringt en dwingt in mij,
en al wat ik vraag is een dag met wind, met witte wolken die jagen,
stuivend water en opspattend schuim, de meeuwen die krijsend klagen.
 
Ik moet terug naar zee, naar het leven van zwalken en zwerven
op de weg van de meeuw en de walvis, waar de wind als een mes kan kerven,
en al wat ik vraag is een goed verhaal van een vrolijke scheepskompaan,
en diepe slaap en een mooie droom, als mijn torn aan het roer is gedaan.

,
vertaling Kees Post